Page content

Coderingssysteem voor dakbedekkingssystemen

Om dakbedekkingssystemen, die veel voorkomen, eenvoudig te kunnen onderscheiden wordt het volgende coderingssysteem gehanteerd.

  1. Bevestiging aan onderconstructie
  2. Materiaalsoort
  3. Drager of cachering
  4. Afwerking
  5. Voorbeelden

Bevestiging aan onderconstructie

Iedere code begint met een letter voor het bevestigingssysteem aan de onderconstructie.
N = mechanisch bevestigd
L = losliggend en geballast
F = volledig gekleefd
P = partieel gekleefd

Materiaalsoort

Vervolgens bevat de code in ieder geval een letter voor materiaalsoort (bitumen, gemodificeerd bitumen of kunststof) van de eerste laag. Is in het geval van bitumen de soort bitumen voor het gehele systeem hetzelfde, dan wordt deze letter verder niet meer herhaald. Wordt echter bij een
volgende laag een ander soort bitumen toegepast, dan wordt daarvoor bij deze laag, die betreffende letter aangegeven.

B = geblazen bitumen
M = met kunststof gemodificeerd bitumen, niet nader gespecificeerd
Mt = met plastomeer gemodificeerd bitumen (APP)
Me = met elastomeer gemodificeerd bitumen (SBS)
Ml = bitumenlatex-emulsie
Kt = thermoplastische kunststof (PVC-P, E/VAC, PEC, PIB, TPO/TPE, ECB)
Ke = elastomere kunststof (EPDM, CSM)

Drager of cachering

Ook de materialen voor de drager of cacheerlagen worden aangeduid met een letter. Deze letteraanduiding wordt gegeven voor iedere gewone laag, zodat men aan de hand van het aantal letters voor de dragers kan zien uit hoeveel lagen de constructie bestaat (behalve bij ongewapende materialen zoals bitumenlatex-emulsie = Ml, EPDM = Ke of PVC-P = Kt).

G = glasvlies, glasweefsel of glaslegsel
S = synthetische (polyestermat, polyesterweefsel of polyester-glascombinatie)
D = dampdichte drager (aluminium)

Afwerking

De afwerking van losliggende en geballaste dakbedekkingssystemen (grind of betontegels) wordt impliciet aangeduid met de codeletter voor het bevestigingssysteem (L). Bij gekleefde of gebrande dakbedekkingssystemen kan het voorkomen dat de toplaag is afgewerkt met leislag of fijn grind, of is afgewerkt met een gemineraliseerde toplaag. In speciale gevallen kan het ook voorkomen dat een extra ballastlaag van grind is vereist:

C = cover (leislag, fijn grind of gemineraliseerd)
X = extra ballastlaag van grof grind
A = aluminium

Voorbeelden

NMtSS:

  • Mechanisch bevestigd dakbedekkingssysteem met een eerste laag op basis van plastomeer
    (APP) gemodificeerd bitumen en een synthetische drager (polyestermat, weefsel
    of polyester-glascombinatie) en een tweede laag op basis van plastomeer (APP) gemodificeerd
    bitumen met een synthetische drager.

NKtS:

  • Een laag mechanisch bevestigde PVC-dakbanen met een drager van polyesterweefsel.

LKe:

  • Een laag losgelegde homogene EPDM (dakbanen of membranen).
  • Een ballastlaag.

Bitumen, kunststof en rubber dakbedekkingsconstructies, algemene ontwerprichtlijnen >

like

Volg ons op facebook

background: rgba(255, 255, 255, 0.73);