Blijf op de hoogte
Direct Toegang
X
Blijf op de hoogte
50% Complete
Blijf op de hoogte!

Page content

3. Overzicht van bitumen dakbedekkingsconstructies voor normale daken in relatie tot de bevestiging aan de ondergrond/onderconstructie

Overzicht van bitumen dakbedekkingsconstructies

Overzicht van bitumen dakbedekkingsconstructies 2

Codering bevestiging
N Mechanisch bevestigd
L Losliggend geballast
F1 Volledig gekleefd; brandmethode
F2 Volledig gekleefd; zelfklevend
F3 Volledig gekleefd; koud gekleefd
F4 Volledig gekleefd; gietmethode
P Partieel gekleefd

1) Dakelementen altijd voorzien van een warmdakopbouw.
2) Een dampremmende laag of sluitlaag toepassen.
3) Een geëigende onderlaag toepassen, geschikt voor deze toepassing, bepaald volgens BRL 1511.
4) De bestaande dakbedekkingsconstructie beoordelen op geschiktheid, zie paragraaf 6.5.04 van deel A.
5) De bestaande teermastiek verwijderen, zie opmerking paragraaf 6.5.03 van deel A.
6) Het bestaande PVC dakbedekkingssyteem verwijderen.
7) Bij alle kopse naden van de onderconstructie een losse zone uitvoeren.
8) De leverancier van de sandwichpanelen moet de rekenwaarde van de bevestigingsmiddelen aantonen en accorderen.
9) Een nieuwe of gereinigde ballastlaag toepassen.
10) Volledig branden onder specifieke voorwaarden.
– De bestaande toplaag moet fabrieksmatig zijn voorzien van leislag.
– Het bestaande dak moet een zodanig afschot hebben dat geen plasvorming optreedt.
– Het bestaande dak moet volledig worden ontdaan van vervuiling.
11) Een scheidingslaag van thermisch gebonden polyester, ≥ 250 gr/m2 toepassen.
12) Mits opgenomen in KOMO® certificaat van de isolatie.

Algemeen

– Losliggende en geballaste systemen zijn toepasbaar onder voorwaarde dat de onderconstructie berekend is op het gewicht van de ballastlaag.
– In verband met het risico van overmatige inwendige condensatie zijn ongeïsoleerde onderconstructies uitsluitend toepasbaar boven ruimten die onder klimaatklasse I zijn te rangschikken.
– Bij ongeïsoleerde onderconstructies (bijvoorbeeld monoliet beton) rekening houden met de thermische werking van de onderconstructie.
– Op geprofileerde stalen dakplaten altijd een thermische isolatie toepassen.
– Op steenachtige onderconstructies met een afschotlaag (zandcement, schuimbeton of dergelijke) een dampremmende laag of sluitlaag toepassen.
– Op een gesloten onderconstructie of ondergrond (bestaande dakbedekking, dampremmende laag) compartimenten ontwerpen ter beperking van schade bij onverhoopte lekkage, zie deel C (bijvoorbeeld 250 m²).
– Bij alle gekleefde en mechanisch bevestigde dakbedekkingssystemen kimfixatie toepassen bij de dakranden met uitzondering van volledig gekleefde dakbedekkingssystemen op een betonnen onderconstructie.

like

Volg ons op facebook