2.4 Specifieke voorbereidende handelingen

2.4 Specifieke voorbereidende handelingen

01. Voorsmeerlaag

Het aanbrengen van een voorsmeerlaag van bitumen emulsie geschiedt met behulp van een spuit of door middel van uitsmeren met een borstel of roller. Deze voorsmeerlaag volledig laten drogen, alvorens verdere werkzaamheden te verrichten. Bij zelfklevende dakbanen een (actieve) synthetische primer toepassen. Deze primer moet voldoende drogen voordat de zelfklevende banen of stroken kunnen worden aangebracht, tenzij de verwerkingsvoorschriften van de leverancier een andere werkwijze aangeven.

02. Afsmeerlaag

Een afsmeerlaag bestaat uit bitumen 110/30, dat op de ondergrond wordt aangebracht. Een afsmeerlaag wordt aangebracht met een borstel, verbruik circa1,5 kg.m-2 of met een
rubberen dakwisser, verbruik circa 0,5 kg.m-2 (per arbeidsgang).

03. Losse stroken

− Deze moeten worden aangebracht op naden of scheuren in de ondergrond of onderconstructie. De maatregel is van toepassing indien een dampremmende of sluitlaag of de eerste laag van een dakbedekkingssysteem partieel of volledig wordt gekleefd.
− Losse stroken toepassen op alle naden van dakplaten die ≥ 1 m breed zijn. De strookbreedte bedraagt 1/10 l van de dakplaat, met een maximum van 250 mm. De bovenzijde van de stroken mag niet hechten aan het dakbedekkingssysteem (bijv. eenzijdig gemodificeerd gebitumineerd polyestermat).
− Deze losse stroken moeten steeds gecentreerd op de naad worden aangebracht, terwijl er bovendien zorg voor moet worden gedragen dat bij het aanbrengen van de dakbedekkingslagen geen kleefmiddel onder de losse stroken kan komen of dat door de toegevoegde warmte de strook hecht aan de onderconstructie of ondergrond.
Reactie plaatsen