3.3.2 Onderlagen

3.3.2 Onderlagen

01. Algemeen
De onderlaag leggen met langsoverlappen van 70 mm en dwarsoverlappen van 100 mm.
De dwarsoverlappen onderling 1 m laten verspringen.

02. Losgelegde onderlagen
De overlappen van een losgelegde onderlaag nooit kleven.

03. Volledig gekleefde onderlagen
Als de ondergrond steenachtig is dient deze te worden voorgesmeerd met een bitumenemulsie (zie 2.4). Het gieten, branden of koud kleven moet zodanig gebeuren dat een 100% hechting met de ondergrond wordt verkregen.

04. Partieel gekleefde onderlaag
Als de ondergrond steenachtig is of bestaat uit een gemineraliseerde (met leislag afgewerkte) oude dakbedekking, moet deze worden voorgesmeerd met een , een bitumenemulsie of een actieve synthetische primer.

De geprofileerde dakbaan over de volledige breedte met een brander zodanig verweken dat uitsluitend ter plaatse van de bitumennoppen of strepen een volledige hechting met
de ondergrond ontstaat.

05. Mechanisch bevestigde onderlagen
Mechanisch bevestigde onderlagen dienen ten minste een polyestermat als wapening te hebben. De dakbanen bevestigen in de onderconstructie in een regelmatig patroon met het aantal
en type bevestigers zoals berekend. Het bevestigen dient zodanig te gebeuren dat met het indraaien van de bevestigers geen plooien in de onderlaag ontstaan. De overlappen van een mechanisch bevestigde onderlaag nooit kleven
Reactie plaatsen