Blijf op de hoogte
Direct Toegang
X
Blijf op de hoogte
50% Complete
Blijf op de hoogte!

Page content

4.1 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 1: Ambitie bepalen

4.1 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 1: Ambitie bepalen

De directe omgeving van een natuurdak is bepalend voor de planten en dieren die op het dak kunnen voorkomen en andersom. In hoofdstuk 2 en 3 hebben we de belangrijkste functies van natuurdaken op een rij gezet. In dit hoofdstuk vind je handvatten voor je concrete ontwerp en realisatie. Tijdens het ontwerp kun je al je creativiteit loslaten op het dak. Daarbij zijn natuurlijk wel enkele (rand)voorwaarden belangrijk.

4.1 Stap 1: Ambitie bepalen

Als we een natuurdak aanleggen, creëren we nieuwe natuurlijke leefruimte op hoogte. Met een korte uitleg over de belangrijkste principes, begrippen en ecologische processen geven we inzicht in hoe je optimaal ecologische waarde kunt creëren met je natuurdak. Op basis van je verkenning naar de natuurwaarden in de (dak)omgeving en je eerste ideeën en verwachtingen over jouw (natuur)dak bepaal je jouw doelen en mogelijkheden. Wil je nieuwe leefgebieden creëren of bestaand leefgebied versterken of verbeteren? En ga je volledig voor natuur of wil je dit combineren met andere functies op je dak?

4.1.1 Basisprincipes van de (dak)ecologie

Ecosysteem Ecosystemen zijn systemen die worden gevormd door levende wezens (organismen) en de omgeving waarin zij leven. De wisselwerking en samenhang tussen deze levende wezens en hun fysieke omgeving staat centraal. Samen vormen zij bepaalde levensgemeenschappen of populaties. Een levensgemeenschap of populatie is afhankelijk van factoren zoals geografische ligging, aanwezigheid van water en de bodemtoestand. Deze factoren bepalen bijvoorbeeld welke plantensoorten duurzaam op een plek (bijvoorbeeld een hoog dak) kunnen groeien.

Biodiversiteit is een graadmeter voor de verscheidenheid aan planten, dieren, hun leefomgevingen en hun genen binnen een ecosysteem. Hoe meer verschillende soorten, hoe meer gevarieerd (en divers), hoe groter de biodiversiteit is.

Biodiversiteit

De essentie voor biodiversiteit is structuur en variatie, liefst in afstemming met de directe natuurlijke omgeving. Na de aanleg van het natuurdak vinden verschillende (dier)soorten hun weg naar het dak. De diversiteit die hierbij ontstaat is afhankelijk van verschillende factoren. Welke soorten zijn er al in de directe omgeving aanwezig? Welk substraat is gebruikt? Welke planten zijn aangeplant? Welke losse elementen zijn toegevoegd en wat is het klimaat (zowel regionaal als landelijk)? Ook het uitgevoerde beheer speelt een rol. Door het beheer is het mogelijk een dak in een bepaald stadium van successie te houden met de daarbij horende soorten. Elke soort heeft zijn eigen rol en is afhankelijk van een andere soort. Lees meer over biodiversiteit.

TIP: Varieer op het natuurdak met soorten materialen, planten en hoogtes om in de natuurlijke ontwikkeling van het dak de diversiteit in soorten insecten en vogels te stimuleren.

Successie

Successie is de natuurlijke verandering in (planten)soorten binnen een leefgebied (habitat). Deze verandering ontwikkelt zich van een beginstadium naar een verder ontwikkeld (groei)stadium. Hoe dit zich ontwikkelt is van verschillende factoren afhankelijk, bijvoorbeeld de uitgangssituatie van de bodem en de ligging van het natuurdak. Maar ook door het onderhoud en het klimaat. Het eindstadium, het ‘hoogtepunt’ of de climaxstadium, is een stabiele levensgemeenschap. Dit echte eindstadium van natuurlijke successie (in theorie: bos) is op daken niet onmogelijk, maar wel erg ambitieus.

Successie wordt veroorzaakt door veranderingen in het ecosysteem. Verschillende processen zorgen voor veranderingen in samenstelling van plantensoorten. De ene plant groeit sneller dan andere. Deze snelle groeiers gaan hierdoor domineren en de langzame groeiers sterven af. Ook vestigen planten zich spontaan doordat zaden uit de omgeving aanwaaien of vogels deze meebrengen. Door concurrentie, water- en voedselbeschikbaarheid sterven soorten af en maken zij plaats voor andere soorten. Bijvoorbeeld door het dichtgroeien van een bodem door planten of struiken komt geen zonlicht meer op de bodem. Plantensoorten die afhankelijk zijn van zon sterven dan af. Hiermee maken zij plaats voor planten die schaduw verdragen. Uiteraard is de successie en de ontwikkeling van de planten op het natuurdak ook weer bepalend voor de dieren die aanwezig zijn.

4.1.2 De drie functies van dakinrichting voor dieren

Bloemen, planten en eventuele andere voorzieningen op een dak leveren allemaal hun eigen soort ‘dienst’ aan dak-bezoekende dieren. We lichten daarom drie functies toe die van belang zijn voor alle diersoorten: Voedsel, Voortplanting en Veilige schuilplekken: de drie V’s.

Voedsel: Bloemen en planten vormen voor veel dieren een belangrijke voedselbron. Zij eten het bladgroen, wortels, nectar, vruchten, zaden of zelfs het dode organische materiaal (bodemdiertjes).

Voortplanten: Bloemen en planten bieden gelegenheid voor dieren om zich voort te planten. Struiken zorgen voor plekken waar (zang)vogels hun nest bouwen. Voor de bouw van hun nest gebruiken zij (dood) plantmateriaal. En weer andere planten hebben bladgroen waar bijvoorbeeld vlinders hun eitjes afzetten.

Veilige schuilplek: In hoge graspollen kunnen kleine vogels zich verstoppen voor roofvogels. En bij koud of regenachtig weer kruipen insecten tussen bladeren of in een holle stengel. Ook andere gaten en kieren in elementen op een dak kunnen een prima schuilplek bieden.

Volgende pagina: 4.2 Stap 2: Daktechniek en -voorwaarden

Bron: Green Deal Groene Daken

    like

    Volg ons op facebook