Page content

4.2 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 2: Daktechniek en -voorwaarden

4.2 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 2: Daktechniek en -voorwaarden

Voor de realisatie van je natuurdak zijn veel randvoorwaarden van belang, zoals de opbouw, draagkracht en constructie van het dak. En natuurlijk de eigen wensen. In dit onderdeel gaan we vooral in op de technische randvoorwaarden van het natuurdak. Je kunt deze bundelen in een programma van eisen en wensen.

Programma van eisen en wensen: Als je vooraf weet dat je een natuurdak wilt, is het verstandig om een wensenlijst te maken voor het natuurdak. Kijk welke flora en fauna (soorten) er in de directe omgeving aanwezig zijn en welke meerwaarde je kunt bieden met een natuurdak. Welke beplanting is daarvoor nodig, en welke overige elementen wil je op het natuurdak aanleggen? Hoe intensief gaat het dak gebruikt worden? Welke functies gaat het dak vervullen? Met behulp van de wensenlijst kan een bouwkundig adviseur bepalen aan welke technische eisen het dak moet voldoen.

4.2.1 Standaard-opbouw van een begroeid dak

Op de dakbedekking ligt eerst een wortel- en waterkerende laag. Hierop komt een drainagelaag om water af te voeren en of op te vangen. Daarop wordt een filtervlies aangebracht om uitspoeling van de bovenlagen te voorkomen. Op dit filtervlies ligt de substraatlaag met daarin de gekozen beplanting. In deze standaardopbouw zijn allerlei variaties mogelijk in opbouwhoogtes, kwaliteiten en gebruikte materialen.

Natuurlijk bodemleven

Een natuurlijke bodem speelt een belangrijke rol bij een duurzame ontwikkeling van natuur. Door de lokale bodem te ‘simuleren’ op het dak kunnen lokale planten zich spontaan vestigen. Transplantatie of aanvullen van bodemmateriaal (grond/zand) uit de directe omgeving zorgt bovendien dat schimmels, bacteriën en andere micro-organismen hun werk kunnen doen voor de inheemse planten. Hierdoor wordt het natuurdak een werkelijk verlengstuk van de natuurlijke omgeving. En help je de natuur hierin een handje.

Niet alle natuurlijke bodemomstandigheden kunnen op een dak worden nagebootst. Het is bijvoorbeeld niet realistisch om op een dak een veenomgeving na te bootsen: dit is een natte en daardoor zware bodem die als een spons nat gehouden moet worden. Het is ook niet aan te raden om een zandduin op het dak aan te leggen: deze zou binnen de kortste keren wegwaaien.
De droge en natte omstandigheden zoals deze in de natuur voorkomen kunnen echter wel op kleine schaal worden nagebootst. Dat kan onder andere met het plaatsen van losse elementen zoals dood hout of stenen. Deze elementen zorgen voor afwisseling op het natuurdak en vormen verschillende leefgebieden. Ook zijn er moerasdaken in opkomst die met specifieke beplanting voor waterzuivering kunnen zorgen.

TIP: Plaats dicht bij binnenklimaatvoorzieningen, glas of andere materialen die door zon- of systeemwarmte opwarmen geen brandgevoelige planten, zoals heide of droge grassen. Breng daar een grindstrook als bufferzone aan.

4.2.2 Draagkracht

Bij het ontwerpen van het dak en de inrichting is het belangrijk rekening te houden met het gewicht wat een dak kan dragen. Voor een nieuw dak kan deze draagkracht worden afgestemd op de belasting volgend uit het ontwerp. Je kunt hiervoor de constructieberekening van een bestaand dak hanteren of een berekening door een expert laten maken. Deze neemt onderstaande factoren mee:

  • Gewicht op het totaaloppervlak van de beschermlagen, substraatlaag, beplanting en waterbergende voorzieningen.
  • Gewicht op specifieke dakdelen waar meer mensen het dak belopen of water wordt geborgen.
  • Gewicht op punten waar bomen worden geplant of zware voorzieningen worden geplaatst. Het is zinvol om tijdens de voorbereiding van de bouw reeds afwegingen te maken over de verwachte dikte van de opbouw van de groeiplaats.
  • Gewicht als gevolg van andere incidentele belasting, onder andere wind- en sneeuwbelasting.

Voor alle daken geldt een maximale belasting. Op daken met een lichte constructie is het goed mogelijk om een gevarieerde kruidenvegetatie, eventueel in combinatie met mossen en Sedum aan te brengen. Met meer kansen voor de natuur dan een ‘standaard’ Sedumdak. Het gewicht van de planten is echter niet bepalend, maar het gewicht van de substraatlaag die de vegetatie nodig heeft. Dit inclusief de maximale hoeveelheid water die het substraat en de drainagelaag kunnen vasthouden. Een constructeur kan advies geven op welke plekken een dak eventueel meer gewicht kan dragen. Op lichtere constructies zijn er soms mogelijkheden om pleksgewijs ‘heuvels’ van extra substraat of grondaanvulling aan te leggen voor meer variatie in grassen en kruiden te realiseren. Bijvoorbeeld boven bouwkolommen en draagmuren.

4.2.3 Helling

Het is een misvatting om te denken dat begroeide daken alleen op platte daken gerealiseerd kunnen worden. Ook schuine daken kunnen worden voorzien van een gevarieerde vegetatie. Bij een grotere helling is een schuifbeveiliging nodig om het substraat op zijn plaats te houden.

Schuine daken met een helling tot 45 graden kunnen nog worden voorzien van een natuurdak. Als het dak een nóg grotere helling heeft, is de aanleg van een natuurdak niet meer werkbaar en bovendien heeft het effect op de levensvatbaarheid van de begroeiing. Het is daarom belangrijk om advies te vragen aan een (dak)constructeur of bouwkundig expert.

TIP: Een dak in de volle zon? Plaats losse elementen en creëer zo schaduwrijke plekken voor meer variatie voor soorten.

4.2.4 Ligging

Zon en schaduw

De zon bepaalt op een locatie voor een groot deel welke planten goed groeien en bloeien. Doorgaans vangen daken die op het zuiden gericht zijn de meeste zon. Of dit voor jouw dak ook zal gelden, is ook afhankelijk van omstaande gebouwen en bomen. De toestand op het huidige dak laat zien of het dak zonnig of schaduwrijk is. Zie je al snel mossen? Dan is dat zeer waarschijnlijk een schaduwrijk deel. Juist de afwisseling van zonnige en schaduwrijke plekken zorgt voor een variatie aan leefgebieden voor planten en dieren.

TIP: Een dak in de schaduw? Varens en mossen doen het dan goed, en hebben ook waarde als beschutting en nestmateriaal.

Kijk bij Bloemen en planten om te lezen welke planten het beste passen op jouw natuurdak.

Omstandigheden op hoogte

Het is bekend dat verschillende diersoorten zich tot verschillende hoogtes begeven. Ook hebben zij een maximale (vlieg)afstand die zij kunnen overbruggen. Zo vliegen bijvoorbeeld de meeste vlinders en wilde bijen gewoonlijk niet hoger dan enkele tientallen meters boven de grond. Tegelijk is nog weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen de hoogteligging van een dak en het voorkomen van soorten. Het is daarom belangrijk om, zeker bij hoger gelegen daken (vanaf ca. 10 meter), goed na te vragen bij een deskundige (ecoloog) welke soorten verwacht mogen worden. Ook de windrichting en windsterkte kunnen bepalend zijn of een soort zich kan vestigen.

TIP: Bekijk de handleiding Natuurinclusief bouwen en ontwerpen voor een overzicht van hoogtes en welke soorten vogels, zoogdieren en insecten daar voorkomen.

Planten hebben op hoogte natuurlijk met andere groeiomstandigheden te maken dan op de grond. Over het algemeen geldt dat de plantensoorten en de bodem op een dak goed tegen extreme situaties moeten kunnen, zoals felle zon, langdurige droogte, harde wind, sneeuw en regen of combinaties hiervan.

Met de huidige ontwikkelingen in de architectuur worden veel bijzondere vormen en bouwstijlen toegepast. Daarbij zijn ook groene daken gerealiseerd die van ‘maaiveld’ oplopen naar verschillende verdiepingen. Deze situatie is ook voor de natuurwaarden op een dak erg interessant. Een directe verbinding van een dak met het ‘maaiveld’ biedt kansen voor bodemdieren: kruipende insecten, amfibieën en reptielen en (kleine) zoogdieren om van het dak gebruik te maken. En zij zijn natuurlijk weer een belangrijke voedselbron voor andere insecten en vogels.

4.2.5 Extra water, energie en gebruik

Natuurdaken laten zich goed combineren met andere functies.

Water bergen

Groenblauwe daken hebben een systeem om (regen)water op en rond het gebouw te managen. Natuurdaken met een waterbergingssysteem hebben extra ruimte onder de daktuinopbouw en kunnen meer water bergen. Met deze voorzieningen voor extra waterberging, ­buffering, -vertraging, verdampen, koelen en hergebruiken van water dragen bij om een te veel of tekort aan (regen)water lokaal op te lossen. Voor het watervolume op het dak wordt over het algemeen een zwaardere dakconstructie en dakopbouw toegepast. Dit is ook een goede afwerking als basis voor het natuurdak. Immers met meer gewicht, een grotere laagdikte en betere watervoorziening is het mogelijk om naast kruiden bijvoorbeeld ook struiken of zelfs bomen te planten. In hoeverre deze extra waterberging ook op jouw dak interessant is, kun je bij je gemeente of het waterschap in je regio navragen.

TIP: Op www.zonatlas.nl zie je hoe zonnig jouw dak is.

Energie produceren

Wat te denken van zonnepanelen: daarmee wordt schaduw gecreëerd die voor variatie in begroeiing zorgt, extra schuilgelegenheid biedt én tegelijkertijd energie opgewekt met een hoger rendement dan op een zwart dak omdat de panelen minder snel oververhit raken.

Leren en beleven van natuur

Mogelijk overweeg je om op je dak een terras of andere mogelijkheden te voorzien voor je bewoners, je personeel of andere bezoekers. Voor de aanwezigheid van mensen of verkeer op een dak worden, afhankelijk van de intensiteit en de belasting, veel specifieke eisen gesteld aan het ontwerp en de opbouw van het dak. Voor meer informatie over het inrichten van dit zogenaamde gebruiksdak is het goed een expert te vragen. Ook gebruiksdaken combineer je prima met natuur op het dak. Het is voor mensen leuk en leerzaam om dieren in actie te zien of het verloop van de seizoenen te zien in de aanwezige planten. De bewustwording over het belang en de waarde van natuur in de stad wordt maatschappelijk steeds belangrijker. Over de invulling hiervan kun je vooral creatief aan de slag gaan voor jouw specifieke doelgroep.

Volgende pagina: 4.3 Stap 3: Welke natuurwaarden?

Bron: Green Deal Groene Daken

    like

    Volg ons op facebook