Blijf op de hoogte
Direct Toegang
X
Blijf op de hoogte
50% Complete
Blijf op de hoogte!

Page content

4.4 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 4: Bloemen en planten kiezen

4.4 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 4: Bloemen en planten kiezen

Als je je natuurdoelen of doelsoort hebt vastgesteld, kun je verder met de inrichting van het natuurdak. Daarbij bepaal je eerst welke vegetatie passend is. Bloemen en planten zijn er in vele soorten en maten en elke plant heeft zo zijn eigen specifieke kenmerken en functies. In dit onderdeel vind je daarom de belangrijkste (ecologische) functies en kansen voor het bepalen van de beplanting voor jouw natuurdak. We hebben dit beschreven aan de hand van de drie V’s (voedsel, voortplanting en veiligheid).

4.4.1 Functies van bloemen en planten

Bloemen en planten leveren allemaal hun eigen soort ‘dienst’ aan dakbezoekende dieren. Omdat er zoveel verschillende soorten bloemen en planten zijn, is het onmogelijk om ze allemaal per soort te benoemen. We beschrijven hier een aantal plantensoorten, en de verschillende functies welke ze te bieden hebben aan bodemdieren, insecten en vogels.

TIP: Denk bij het kiezen van planten aan hun functies voor dieren, zoals Voedselbron, nestgelegenheid of -materiaal voor Voortplanting en Veilige schuilplek als beschutting.

4.4.2 Varieer in hoogte en bloeitijd

Voor een optimaal gebruik van het dak door zo veel mogelijk verschillende diersoorten, is een combinatie nodig van verschillende hoogtes en verschillende bloeiperiodes. Hierdoor ontstaat een uitgebreide plantensamenstelling waar veel verschillende dakbezoekende dieren van profiteren.

Naast de bloeiperiode is het belangrijk om af te wisselen in de hoogte van planten. Door planten met verschillende afmetingen te gebruiken krijg je meer variatie: wind of windstil, zonnig of schaduwrijk, begroeid of kaal en nat of droog. Deze afwisselende plekken vormen verschillende habitats (leefgebieden) voor verschillende diersoorten.

TIP: Gebruik inheemse planten op je dak, deze passen qua voedselvoorziening het beste voor inheemse insectensoorten.

4.4.3 Mossen

Mossen gedijen over het algemeen goed op schaduwrijke plekken. Ze houden van natte voeten en zijn daarom uitermate geschikt voor vochtige schaduwrijke plekken. Ook op schaduwrijke gevels kunnen mossen ontstaan.

Voedsel: Insecten scharrelen graag tussen mos, op zoek naar voedsel. En ook vogels zijn er gek op: ze pikken smakelijke insecten tussen het mos vandaan.

Voortplanting: Vogels gebruiken mos als zacht nestmateriaal.

Veilige schuilplek: Kleine organismen zoals kevertjes verschuilen zich tussen de mossen

4.4.4 Grassen en kruiden

Pollen (sier)gras vragen weinig onderhoud, maar hebben ook weinig ecologische waarde. Kies beter voor inheemse grassoorten, zoals Fijn Schapengras of Rood Zwenkgras. Dit zijn soorten die van nature in Nederland voorkomen. Of kies voor een zeldzame soort zoals kamgras. Tussen deze soorten gras komen vaak eenjarige kruiden op. Kruiden en andere bloemrijke planten zijn niet alleen mooi om te zien, maar vervullen ook meerdere functies in verschillende levensfasen voor vele soorten insecten en vogels.

TIP: Zet brandnetel in potten op je dak, zo kan hij niet woekeren en heb je wel een belangrijke waardplant voor vlinders om eitjes op te leggen.

Voedsel: Kruiden zijn een belangrijke voedselbron: insecten en vogels eten het groene gedeelte van de plant, de nectar, het stuifmeel, de zaden of bessen. Klavers en andere kruiden zijn een belangrijke voedselbron voor vlinders en bijen. Belangrijk is dat door het jaar heen zo lang mogelijk nectar aanwezig is. Ook de dieren die op de kruiden zitten, worden natuurlijk zelf weer gegeten door andere insecten en vogels. Ook bloeiende grassen voorzien insecten van stuifmeel en nectar. Na de bloei worden zaadjes gevormd. Verschillende zangvogels eten de zaden uit de aartjes of pikken ze van de grond.

Voortplanting: Vlinders en andere insecten zetten eitjes af op hun waardplant. Dit is een plant welke een soort nodig heeft om te overleven. Het is eigenlijk de kroeg en kraamkamer in één: De eitjes worden erop afgezet en zodra ze uit zijn gekomen worden de bladeren opgegeten. Iedere soort heeft voorkeur voor een bepaalde plant. Lees hierover meer bij het deel over vlinders. Dode grassprietjes en dode delen van de kruiden door vogels verzameld als nestmateriaal.

Veilige schuilplek: Planten bieden een schuilplaats voor veel dieren. Bij regen kunnen insecten zich bijvoorbeeld onder bladeren schuil houden. En hoge grassoorten zorgen voor schuilplekken voor insecten. In dikke, holle grasstengels kunnen insecten zelfs overwinteren. En als het oppervlak groot genoeg is, vinden vogels er ook een schuilplaats.

TIP: Bekijk de top25 inheemse dakplanten om het hele jaar door voedsel op je dak te bieden aan insecten.

4.4.5 Heesters en bomen

Heesters (struiken) en bomen kunnen, als ze in een goede bodem staan, grote hoogtes bereiken. Ze hebben dan een uitgebreid wortelnetwerk en verlangen een dikke substraatlaag of andere groeiruimte. Bij een wat dunnere substraatlaag kunnen ze wel overleven, maar dan blijven ze kleiner. Het is ook mogelijk om bomen in grote potten of bakken te plaatsen. Ook dan blijven ze meestal kleiner dan wanneer ze in de volle grond staan. Bomen en heesters geven schaduw, wat zorgt voor de nodige variatie in omstandigheden voor de andere soorten. Verder bieden zij natuurlijk leefruimte (voedsel, beschutting) op hoogte.

Een belangrijk aandachtspunt bij het toepassen van grote struiken en bomen is de verankering en een onderhoud. Op grote hoogte vangen ze meer wind. In het geval van takbreuk of zelfs omwaaien zijn de risico’s en gevolgen voor de bebouwde omgeving vaak groot. In de bomenposter van Wageningen University Research vind je alle wetenschappelijke kennis bij elkaar over hun positieve effecten op de leefomgeving in de stad.

Voedsel: Besdragende en bloeiende heesters leveren voedsel voor bijvoorbeeld vogels zoals een merel of een lijster. Vlinders als Atalanta en Dagpauwoog houden van rottend fruit, dus een fruitboom is een goede optie om deze soorten te bedienen. Onder het schors leven allerlei insecten die vogels weg pikken van de boomstam.

Voortplanting: Heesters en bomen zorgen voor plekken waar (zang)vogels een nestje kunnen bouwen. Voor de bouw van hun nest gebruiken zij dood plantmateriaal en mossen.

Veilige schuilplek: Bomen en struiken bieden beschutting door deze te planten aan de kant waar de sterkste wind vandaan komt (in Nederland meestal de zuidwestkant). Bomen zijn ook voor vogels onmisbare elementen in hun leefgebied. Ze vinden er nestgelegenheid, voedsel en veiligheid. Afhankelijk van de boomsoort en de leeftijd worden bepaalde soorten aangetrokken. Zo zijn zeer jonge bomen in trek bij de putter, terwijl de groenling juist wat oudere bomen prefereert.

Volgende pagina: 4.5 Stap 5: Voor insecten en vogels

Bron: Green Deal Groene Daken

    like

    Volg ons op facebook