Blijf op de hoogte
Direct Toegang
X
Blijf op de hoogte
50% Complete
Blijf op de hoogte!

Page content

4.6 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 6: Extra voorzieningen

4.6 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 6: Extra voorzieningen

Behalve de vaste elementen zoals de dakbodem, de beplanting en de bouwkundige voorzieningen is het mogelijk om losse elementen op een natuurdak te plaatsen. Ieder met zijn eigen meerwaarde, dus combineer gerust! Denk voor deze extra voorzieningen ook aan het toevoegen van nest- en verblijfsruimte voor dieren. Voor veel insecten zoals wilde bijen is een oude boomstam heel interessant. Voor vogels kunnen er kleine struikjes of nestkasten worden geplaatst.

4.6.1 Dood hout

Dood hout doet leven! Dood hout is onmisbaar in een compleet ecosysteem. In het bos is zelfs 50% van alle levende wezens (organismen) afhankelijk van dood hout. In het dode hout zijn organismen aanwezig die mee worden verplaatst naar het dak. Het hout functioneert zelf als een leefgebied, maar biedt ook kansen voor andere leefgebieden. Op schaduwrijke plekken gedijen mossen en paddenstoelen op dood hout. Zij zijn daarmee aantrekkelijke leefgebieden voor kevers en andere kleine insecten.

TIP: Pas dood hout toe in de vorm van dikkere boomstronken voor insecten of een takkenril om beschutting te creëren.

TIP: Help insecten een handje door zelf gaten te boren voor nestgelegenheid in een dode boomstronk.

Voedsel: Sommige insecten (bijvoorbeeld kevers) leven in het dode hout en vinden daar voedsel. Paddenstoelen verteren het hout langzaam waardoor voedingsstoffen vrijkomen voor planten en dieren. Doordat er mossen op het dode hout kunnen groeien trekt dit weer insecten en vogels aan die hun voedsel hierin zoeken.

Voortplanting: Een liggende dode boomstronk trekt (vliegende) kevers aan die hun weg door het dode hout eten. Hierdoor ontstaan tunneltjes waar wilde bijensoorten in kunnen nestelen. Staand dood hout wordt door holenbroeders zoals spechten en vleermuizen gebruikt. Stammen van deze hoogte en omvang toepassen op een dak is echter wel ambitieus. Op een natuurdak is het praktischer (en veiliger) om liggend dood hout te gebruiken.

Veilige schuilplek: Andere insecten gebruiken het dode hout als een veilige plek om op te warmen of terug te trekken voor vijanden

TIP: Veranker een dode boomstronk stevig. Zorg dat als delen van de stronk afsterven, de stronk nog steeds stevig op zijn plek ligt en niet kan wegwaaien.

4.6.2 Takkenril

Als een dode boom niet praktisch is op je natuurdak, dan is een takkenril wellicht een geschikte optie. Takkenrillen zijn bossen takken die bij elkaar gehouden worden door rechtopstaande takken of stammen. Hierdoor wordt een brede bundel gecreëerd van dood hout. De meest gebruikte houtsoorten voor takkenrillen zijn wilg en es, omdat deze takken flexibel zijn. In vergelijking met een boomstronk zitten er in een takkenril meer open ruimtes. Deze open ruimtes worden door insecten gebruik als schuilplek en overwinterplaats. Takkenrillen hebben ook een scheidende functie. Als ze geplaatst worden van oost naar west zal aan de noordkant een natte en koude zone ontstaan en aan de zuidkant een warmere en drogere zone.

Een takkenril is eenvoudig te realiseren en goedkoop in aanleg en onderhoud. Het materiaal is vaak gratis voorhanden. De takkenril zal in de loop van tijd wat inzakken. Leg er daarom af en toe nieuwe takken op. Let hierbij wel op dat geen hout van zieke bomen wordt gebruikt.

TIP: Leg een takkenril aan als voedsel-, schuil- en nestgelegenheid voor vooral kleinere vogels zoals heggenmus, roodborst, winterkoning en mezen.

4.6.3 Zandhopen

Zandhopen zijn een makkelijke manier om voor extra variatie op het natuurdak te zorgen. Een aantal insectensoorten overwinteren in zand. Er zijn ook insecten die hun hele leven hebben ingericht op het leven in en om zandhopen: zandbijen, groefbijen en graafwespen. En insecten kunnen zich er opwarmen als de zandhoop op het zuiden gericht is en een windstille kant heeft. Zorg ervoor dat zandhopen kleinschalig en op windstille plekken op het dak worden aangebracht.

4.6.4 Stenen (muurtjes)

Stenen muurtjes of stenenhopen bieden veel variatie in leefgebieden. De zuidzijde is warm en zonnig, de noordzijde is schaduwrijk, koeler en vochtiger. Stenen muurtjes of -hopen in los verband zijn opgebouwd uit stenen die niet gemetseld zijn. Er wordt bij voorkeur geen gebruik gemaakt van cement of mortel. De holtes tussen de stenen kunnen eventueel opgevuld worden met steengruis, zand of aarde, zodat planten zich hier kunnen vestigen. Op zonnige delen zijn dit vetkruiden, robertskruid of wilde marjolein. Beschaduwde delen zijn meer geschikt voor bijvoorbeeld varens. Op stenen groeien verschillende mossen.

TIP: Een stenen muurtje of stenenhoop vergt weinig onderhoud, controleer regelmatig de veiligheid en stabiliteit.

Voor dieren zijn de vele holtes in dit soort muurtjes en hopen interessant als schuilgelegenheid. De muren kunnen rijk zijn aan ongewervelden en bieden zo behalve schuilgelegenheid ook voedsel aan amfibieën (kikkers en salamanders), reptielen (muurhagedis) en zoogdieren (egels) – als deze op het dak kunnen komen.

4.6.5 Grind en schelpen

Grind is een veelgebruikt materiaal als bescherming van de dakbedekking. Voor kustvogels lijkt zo’n grindvlakte op een kiezelstrand. Scholeksters broeden hier graag, vooral waar gebouwen grenzen aan groenstroken, sportvelden of ander grasland. Deze daken bieden de vogels een veilige nestplaats, omdat er geen katten of vossen komen. Het voedsel voor de jongen halen ze uit de omgeving. De grind- of schelpafwerking is interessant bij gebouwen grenzend aan open, waterrijke groengebieden, bijvoorbeeld nabij de kust.

4.6.6 Voorzieningen voor insecten

Door de verstedelijking krijgen insecten het steeds moeilijker om goede schuilplaatsen en nestplaatsen te vinden. Door het plaatsen van een insectenhotel help je de natuur. Afhankelijk van het soort insectenhotel kan je andere dieren verwachten. Je hotel kan plaats bieden aan metselbijen of andere wilde bijen, lieveheersbeestjes, vlinders, solitair levende wespen en gaasvliegen.

TIP: Plaats een insectenhotel op het natuurdak voor metselbijen

Een boomstronk met daarin gaten geboord (verschillende diktes tussen de 4 en 8mm dik) kan voor solitaire bijen al schuilplaatsen bieden. Solitaire bijen en wespen zijn gek op bosjes holle takken en rietstengels. Gaasvliegen en lieveheersbeestjes houden van houtwol, houtsnippers of schors. Dit kan in een insectenhotel achter gaas geplaatst worden.

TIP: Om insecten te helpen kun je een insectenhotel maken met takken met een zachte binnenkant zoals stengels van bramen of frambozen of van distels.

De beste plek voor een insectenhotel is op het zuiden en minimaal op kniehoogte. Een plek uit de wind en waar de regen er weinig vat op heeft is helemaal ideaal. En zorg ervoor dat er in de omgeving voldoende nectar te halen is. Qua onderhoud is het vooral belangrijk om in het voorjaar even de vulling na te lopen. Vul alleen aan en verwijder geen oude resten, misschien zitten er nog eitjes in.

4.6.7 Nestkasten voor vogels

Veel vogelsoorten maken hun nesten in boomholtes. Deze zogeheten holenbroeders kunnen gebruik maken van nestkasten. Tot de holenbroeders behoren ook soorten die van nature gebruik maken van gaten en spleten in rotsen, zoals gierzwaluwen. In onze bebouwde omgeving maken ze vaak gebruik van gaten en spleten in daken en gebouwen.

Zeker als het natuurdak nabij een bosrijke omgeving ligt, is het waardevol om nestkasten voor bosvogels op te hangen. Er zijn kasten geschikt voor: mezen, merels, winterkoninkjes, boomkruipers, boomklever, bonte vliegenvanger, grote bonte specht en de bosuil. Met name de invliegopening en maat van de nestkasten verschillen per soort.

Het is van cruciaal belang dat een nestkast niet vol in de zon hangt. De temperatuur in de nestkast loopt dan te ver op voor de jongen in nest. Verder moet het een veilige en rustige plek zijn, omringd door planten bijvoorbeeld. Zorg er wel voor dat de invliegopening vrij blijft. Takken van struiken en bomen verhinderen de aanvliegroute.

4.6.8 Losse watervoorziening

Ook als een dak geen mogelijkheden biedt voor waterberging dan kan het mogelijk zijn om losse waterelementen op het dak te realiseren. Voor veel dieren wordt dit gebruikt als drinkvoorziening en door vogels ook om in te baden. Vogels zoeken vooral in de zomer verkoeling in het water, ze badderen graag in ondiep water. In holtes/laagtes blijft na regenval tijdelijk water achter wat als drinkvoorziening voor verschillende diersoorten kan dienen. Ook kan een drinkschaal, teil of pot als drinkvoorziening worden geplaatst. Als de constructie van het dak het toelaat is het ook mogelijk om een vijver aan te leggen. In combinatie met waterplanten levert dit grote meerwaarde. Let wel op: stilstaand water kan problemen opleveren voor de waterkwaliteit en ongewenste insecten aantrekken, zeker bij hogere temperaturen. Ververs daarom het water regelmatig of kies voor andere voorzieningen op je dak.

TIP: Zorg met stukken open water en waterplanten voor libellen en andere insecten.

Volgende pagina: 4.7 Stap 7: Na de aanleg – het onderhoud

Bron: Green Deal Groene Daken

    like

    Volg ons op facebook