Page content

4.7 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 7: Na de aanleg – het onderhoud

4.7 Hoe leg je een natuurdak aan? | Stap 7: Na de aanleg – het onderhoud

Na het aanleggen van het natuurdak gaat deze zich verder ontwikkelen. Net als op het maaiveld is deze natuurontwikkeling op het dak van verschillende factoren afhankelijk. Misschien kies je ervoor om de daknatuur te laten ontwikkelen met zo min mogelijk ingrijpen. Toch is het onvermijdelijk om toch de ontwikkeling enigszins bij te sturen. Je kunt hiermee schade aan de constructie voorkomen en een gewenst natuurdoeltype behouden of juist ontwikkelen.

4.7.1 Ontwikkeling daknatuur

Iedere begroeiing, dus ook een begroeid natuurdak, ontwikkelt zich spontaan door natuurlijke successie. Het is handig om vooraf een idee of streefbeeld te hebben hoe jouw natuurdak eruit mag zien. Hoe het natuurdak onderhouden wordt, is afhankelijk van de huidige situatie en de gewenste eindsituatie. Ook kun je nog eventueel tussenstadia benoemen.

4.7.2 Bemesten en bestrijden

Het toepassen van bemesting en bestrijdingsmiddelen is op groene daken niet gewenst; en ook niet nodig. Op een natuurdak wordt zoveel mogelijk een echte natuurlijke situatie nagestreefd. Hierbij is het van belang dat een natuurlijk evenwicht ontstaat. Het plantafval dat ontstaat wordt door reducenten (afbrekers in de bodem) omgezet (gecomposteerd) naar bruikbare mineralen en stoffen voor de planten. Het is hierbij niet nodig zelf nog extra voedingsstoffen toe te voegen. Door extra te bemesten zou je juist deze balans verstoren. Bestrijdingsmiddelen zijn dodelijk voor insecten en zijn daarom niet gewenst.

TIP: Combineer het onderhoud aan het dak met het schoonmaken van eventueel aanwezige goten; dan ben je toch al op het dak.

4.7.3 Maaien

In een natuurlijke situatie wordt gras kort gehouden door grazers of het wordt steeds verder overgroeit met kruiden en later struiken (successie). Het is aan te bevelen om grasoppervlakken op het dak extensief te maaien. Extensief maaien betekent dat er één keer per jaar het gras wordt gemaaid en afgevoerd. De grassoorten hebben dan voldoende tijd om tot bloei te komen en zaad te zetten. Zeker wanneer je maar één keer per jaar maait is het exacte maaitijdstip erg afhankelijk van de kruiden die in de dakvegetatie voorkomen. Over het algemeen is het voor een natuurdak interessant om (een deel van) de vegetatie voor de winterperiode niet te maaien. In deze overstaande vegetatie kunnen insecten in overwinteren en het graszaad wordt door vogels opgegeten. Tijdens de volgende maaibeurt kunnen weer andere stukken gras over blijven staan.

4.7.4 Snoeien

Net als in een ‘gewone tuin’ is het belangrijk om de heesters en bomen op het natuurdak te snoeien. In een natuurlijke situatie worden takken gegeten door grote grazers zoals reeën. Houdt rekening met vliegroutes van vogels zodat deze vrij blijven. Ook overhangende takken en takken die gevaarlijk kunnen zijn voor de omgeving moeten worden verwijderd. Zijn er zonnepanelen aanwezig dan moeten deze ook vrij gehouden worden. Gesnoeide takken kunnen gebruikt worden om takkenhopen en takkenrillen aan te vullen.

4.7.5 Ongewenste gasten verwijderen

Na verloop van tijd vestigen zich op begroeide daken spontaan grassen en jonge boompjes. Op daken is het (meestal) niet gewenst dat zich spontaan bos ontwikkelt. Zaailingen van (diepwortelende) bomen en ongewenste plantensoorten moeten, zeker op daken met een dunne substraatlaag, worden verwijderd om te voorkomen dat zij schade aan de dakconstructie veroorzaken of het natuurdak gaan domineren. Voorbeelden zijn esdoorn, eik, sporkehout, vogelkers, Canadese fijnstraal. Ook moeten planten die staan waar ze niet thuishoren worden verwijderd. Denk aan planten die gaan woekeren bij zonnepanelen, grindpaden, zandhopen en waterafvoer.

4.7.6 Hemelwaterafvoer controleren

Met name in het najaar is er het risico dat hemelwaterafvoeren verstopt raken door bladval. Controleer deze daarom in het voor- en najaar of deze goed kunnen functioneren.

4.7.7 Water geven

De vegetatie op natuurdaken kan normaal gesproken tegen extreem droge omstandigheden. Desondanks is dit natuurlijk wel afhankelijk van de exact gekozen beplanting en hoe groot de extremen zijn. Heb je bijvoorbeeld bomen of struiken toegepast dan kan het zeker nodig zijn deze van extra water te voorzien. Dit kan handmatig of met een watersysteem op het dak.

4.7.8 Onderhoud aan losse elementen

Aanwezige stammen, boomstronken en takkenrillen mogen worden aangevuld. Het is handig om dit te combineren met de snoeiwerkzaamheden. Gooi het dode hout wat er ligt zeker niet weg. Hierin bevinden zich allerlei kleine organismen die in het hout leven en waardevol zijn voor het ecosysteem op jouw dak.
Controleer regelmatig het functioneren en de veiligheid van losse voorzieningen op je natuurdak. Staan of hangen de elementen nog stabiel en veilig? Moeten ze nog worden aangevuld? Zorg dat de aanvliegroute van nestkasten vrij blijft. Verder is het aan te raden om tenminste één keer per jaar het nestmateriaal te verwijderen en met lauw water de nestkast schoon te maken. De meeste vogels hebben meerdere legsels per zomerseizoen, om te voorkomen dat een legsel wordt verstoord wacht je het beste tot het najaar. Meer informatie over het moment van broeden per vogelsoort vind je op de site van de vogelbescherming.

Volgende pagina: 4.8 Stap 8: Nu begint het pas!

Bron: Green Deal Groene Daken

    like

    Volg ons op facebook